Meditatie Kerstviering

KERSTFEEST PCOB  16 dec. 2025

Beste mensen. Kerstfeest vieren in het jaar onzes Heren 2025 en dan het thema VREDE. Het woordenboek, de zg. dikke van Dale geeft de volgende omschrijving: Toestand van rust; afwezigheid van stoornis; afwezigheid van twist; het ongestoord samenleven. Wanneer we deze woorden over het jaar 2025, dat zijn einde nadert zouden leggen en om ons heen naar deze wereld kijken dan verbleken ze en worden ze als het ware overschreven met woorden van ellende, wanhoop en dreiging. Wanneer je echter verder kijkt op die bladzijde in het woordenboek dan kom je direct, en dat is eigenlijk heel opvallend; heel verwonderlijk, het woord “vredebode” tegen. Bode van de vrede; iemand die een vredesboodschap overbrengt. Verder komt het woordenboek niet. Die iemand wordt niet bij name genoemd.  Het bracht mij in mijn overpeinzing en zeker met name in mijn verwondering bij een oud lied op de wijs van “Ik wil mij gaan vertroosten”.  De tekst klinkt en komt tot ons:  Geef vrede Heer, Geef vrede, de wereld wil slechts strijd. Al wordt het recht beleden, de sterkste wint het pleit. Het onrecht heerst op aarde, de leugen triomfeert, ontluistert elke waarde, o red ons sterke Heer. O red ons sterke Heer. Eigenlijk vinden we daar die woorden die we er in ons eigen woordenboek bij zouden moeten schrijven. Vredebode; sterke Heer; Immanuël; God met ons.l

Hoe echoën deze woorden door onze hoofden. Strijd, het recht van de sterkste, onrecht, leugen, ontluistering ??

Er klinken andere zinnen. Ze verdringen de vorige. Ze verdringen de woorden van onrust; de woorden van twist; de woorden van onvrede. Heel, heel lang geleden klonken ze en ze klinken nog; ze profeteren; ze zien vooruit: Het volk dat in donkerheid wandelt ziet een groot licht; over hen die wonen in een land van diepe duisternis straalt een licht. Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven. De duisternis zal wijken. Het Licht zal overwinnen; toen en nu; EENS  door die Ene.

God komt wel heel dichtbij. Hij grijpt in in deze wereld. Hij stuurt Zijn Zoon. Het wordt zichtbaar in Hem. Een nieuw begin.

Barnard dicht alsvolgt: Verheug U gij dochter van Sion en jonkvrouw Jeruzalem juich !!  Zijn daden zij zullen de aarde vervullen voor Jood en voor heiden !! 

Romantiek die Kerst ??  Het Kindje Jezus in de kribbe, Jozef en Maria; de herders, de engelen ?  Warmte ?  Het mag de vreugde zijn van ons samenzijn. Het mag om het goede in elkaar te vinden in de kring van bekenden, in ons samenzijn hier.In de stilte van de eenzaamheid die door Hem gebroken wordt. In de herinneringen van ouderen; terugdenkend aan hoe het ooit was. Een beleving van vrede door Hem aan ons gegeven. Vrede, die alle verstand te boven gaat. De klokken die luiden in de Kerstnacht; het lied dat klinkt; een plaats van bezinning die door sommigen maar één keer per jaar bezocht wordt. “Daar is uit ’s werelds duist”re wolken een Licht der Lichten opgegaan. Stamelend klinkt het wellicht; fluisterend op die plekken waar in deze wereld mensen vervolgd worden. In zijn gevangenschap schrijft Diettrich Bonhoeffer: God, tot U roep ik in de vroege morgen; help mij te bidden en mijn gedachten te richten op U, ik kan het niet alleen. In mij is duisternis maar bij U is licht. Ik ben eenzaam maar U verlaat mij niet; ik ben bevreesd maar bij U is hulp; ik ben onrustig maar bij U is vrede. In mijn hart is bitterheid maar bij U is geduld. Ik begrijp Uw wegen niet maar U kent mijn weg !! Vrede in zijn  wereld ? Vrede in onze wereld?  En toen dan, in de wereld van Jozef en Maria ?

Jezus werd geboren in een wereld waar grote machten de mensen knellen. Machtigen die onmachtigen in hun greep houden. Keizer Augustus. De machtigste man in zijn tijd. Koning van alle koningen; Heer van alle Heren. Augustus; vertaald:  de eerbiedwaardige. Een goddelijke aanspreektitel en hij is het die het decreet afkondigt dat alle inwoners van het Rijk zich moeten laten registreren. De hele wereld moet beschreven worden. De menselijke politiek van de goddelijke keizer. De hele toenmalig bekende wereld. Een decreet. In het Grieks staat er “dogma” Een niet te negeren bevel.  Te paard, per schip, ze verlieten Rome, de herauten, om in alle wingewesten van het grote Romeinse Rijk het bevel van de keizer af te kondigen. Belasting moet geheven worden over je oorspronkelijke bezittingen; de veiligheid door het zwaard moet worden betaald. Zijn vrede kost geld en gaat over lijken.

En het geschiedde in diezelve dagen dat er een bevel uitging !! “ In diezelfde dagen” staat er. De dagen van de zwangerschap van Maria; de dagen dat Elizabeth en Zacharias hun eerste zoon hadden gekregen. Het waren ook en met name de dagen van God. De dagen waar de Heer de leiding heeft de dagen waar een maagd zwanger is geworden en waar twee oude mensen een zoon hadden gekregen die de voorloper van Christus zou zijn.  Gods’ plan !!

Een volk komt in beweging. Stelt u zich dat eens voor. Op weg naar de oorspronkelijke plek waar je voorouders ooit vandaan kwamen. Beslist geen vredig tafereel. Woekerprijzen voor onderkomens zullen stellig geheven zijn. Mensen op drift; het recht van de sterkste ook toen een buidel met geld waardoor je overal voorrang kreeg; de soldaten aan de poort.  Vermoeid en bestoft liepen ze daar. Maria op het laatst niet meer vooruit kunnend, hoogzwanger, gedragen door een ezel. Wat zal er naar hen gekeken zijn. Besmuikt over hen geroddeld. Dat verhaal van Jozef laatst………..ongeloofwaardig toch !! Een plek in de herberg…….vergeet het maar. Geen plek. Geen plek voor jou; ook niet als je uit het huis van David kwam; het oude koningshuis; de plek waarvan de keizer veronderstelde dat je daar misschien nog wat bezittingen had die volgens het decreet geregistreerd moesten worden ?  Bethlehem plek van ongastvrijheid ?? Medelijden wellicht. Hier is een plek, een stal, wellicht een schaapskooi; een voederbak.

Een Kind werd ons, is ons geboren. Jezus is zijn naam !!! Hier is niet de pracht en de praal van de keizer van Rome, de man die met één vingerwijzing in het amfitheater kon beslissen over leven en dood.   In dit Kind begint God een nieuwe heerschappij. Dit is de echte Heer de Heren. Dit is de werkelijke Koning der Joden; de Zoon van God. Uw Redder is geboren, mag het klinken in de Kerstnacht. De Messias; Christus de Heer. Met Hem komt er een einde aan de heerschappij van de wereldse machten en krachten. Het zijn niet de trompetten; de legioenen; de vaandeldragers die deze Koning aankondigen. Er wordt voordat de Koning komt geen grote opruimaktie gevoerd, er worden geen sloppenwijken afgeschermd, de zwervers en de bedelaars  worden niet van de straat gehaald; er worden geen wegen opnieuw geplaveid. Niet de vrede van Rome die gehandhaafd werd met brute kracht. Nee.  Engelen verkondigen en roepen op aarde vrede uit. De vrede van God waartoe je wordt uitgenodigd. De vrede van God. Een geschenk. Niet door dwang en geweld. We worden uitgenodigd en die uitnodiging gaat in eerste instantie uit naar diegenen waarop veelal werd neergekeken; verschoppelingen; outcasts;  gaat uit naar diegenen, daar buiten in het veld. De hemel was niet te houden, de engelen jubelden het uit en de herders, zij gingen, hun kudde de kudde latend. Ze gingen, zo maar naar Hem toe en ze zien datgene wat de engelen hen verteld hadden. Ze zien het met hun eigen ogen. Ogen in een verweerd gezicht. Hun haren wegstrijkend. Zich van geen kant schamend voor hoe ze eruit zagen. Niet van belang bij dit Kind.

Hier is God hen nabij. Immanuël. Hij is het die de vrede schenkt. Vrede; te mogen leven in Gods’ nabijheid.

Dwars door alle machten en krachten van deze wereld heen; politiek, maatschappelijk; economisch brengt God een Mens die toont dat Gods’ Kracht zal doorbreken en de wereld zal veranderen. Goedheid; recht en liefde zullen overwinnen door Hem, door dat Kind.

Vrede zal er eens zijn. Geen macht ter wereld kan daar iets aan veranderen.

Deze vrede zal de mens verheffen. Zal de mens tot bestemming doen komen:

Want: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen en zij zullen Zijn volken zijn en God zelf zal bij hen zijn. En Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag , noch moeite zal er meer zijn want de eerste dingen zijn voorbij gegaan. En Hij, die op de troon zat zeide: Zie ik maak alle dingen nieuw.

Dan mag het gehoord worden:

“Eens als de bazuinen klinken uit de hoogte links en recht,

Duizend stemmen ons omringen; ja en amen wordt gezegd.”

Kom……….laten wij aanbidden, die Koning.

Nico Jongerius